Adviseren over waarop de gemeente kan sturen

Adviseren over waarop de gemeente kan sturen

Adviseren over waarop de gemeente kan sturen

In mijn werk als beleids- en directieadviseur bij de Gemeente Den Haag had ik ook regelmatig contact met onze cliëntenraad. Onder andere om hen te helpen in de doorontwikkeling naar een brede adviesraad voor het gehele sociaal domein, of om presentaties te geven over de gemeentelijke beleidscyclus of politieke prioriteiten van de betrokken wethouders.

Daarom vind ik het erg leuk dat ik onlangs vanuit de Koepel van Adviesraden voor het Sociaal Domein het verzoek kreeg om over m’n promotieonderzoek naar gemeentelijke sturing in het sociaal domein een blog te schrijven voor hun internetpagina.

Adviseren over waarop de gemeente kan sturen koepel-adviesraden-sociaal-domein
Blog internetpagina Koepel van Adviesraden voor het Sociaal Domein

Adviseren over waarop de gemeente kan sturen

Adviseren over waarop de gemeente kan sturen - Nils Nijdam-Koepel van Adviesraden voor het Sociaal Domein

Op 8 oktober 2020 ben ik gepromoveerd op mijn proefschrift ‘Sturing in 3D. Een onderzoek naar de gedecentraliseerde taken in het sociaal domein’. In mijn onderzoek heb ik gekeken naar hoe gemeenten de taken die ze kregen met de overdracht van taken per 2015 hebben aangepakt. Hierbij ging het om nieuwe taken op het gebied van 3 thema’s: participatie, maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg. Daarom staat deze overdracht bekend als de 3 decentralisaties in het sociaal domein. Tegelijk met de decentralisaties zet het rijk ook in op een participatiesamenleving, waarin burgers meer verantwoordelijkheid nemen en zelfredzaam zijn en de overheid publieke voorzieningen in het sociaal domein beperkt om tot minder uitgaven te komen.

Aanleiding om dit onderzoek te doen, was mijn toenmalige werk als beleids- en directieadviseur binnen het gemeentelijk sociaal domein. Met regelmaat moesten mijn collega’s en ik college, gemeenteraad en adviesraad sociaal domein informeren over de veranderingen en de betekenis daarvan voor onze gemeente. Graag wilde ik me verder verdiepen in deze ontwikkelingen en dit heb ik gedaan door hier naast mijn werk onderzoek naar te doen.

Gemeentelijke aanpak van de decentralisaties

Bij een overdracht van taken van één rijk naar 393 gemeenten zou je verwachten dat meer verscheidenheid ontstaat in de gemeentelijke aanpakken. Echter uit mijn onderzoek blijkt juist dat er in de aanpak van de decentralisaties meer overeenkomsten dan verschillen zijn. Gemeenten pakken de decentralisaties aan vanuit de gedachte van het creëren van een participatiesamenleving op lokale schaal. Gemeenten doen dus allemaal ongeveer hetzelfde.

De opgave voor gemeenten in het sociaal domein rond 2015 is gelijk. Allen moeten aan de slag met de overgang van nieuwe en de combinatie met bestaande taken. Overal wordt ingezet op activering van de burger en spelen gelijke vraagstukken wat betreft werkloosheid, participatie en gebruik van zorgvoorzieningen. Bovendien staat de aanpak van de decentralisaties onder tijdsdruk. Dit maakt de ruimte voor gemeenten om iets anders te doen dan het rijk uitdraagt klein. Het rijk doet een ingreep in de verzorgingsstaat en het is aan gemeenten om die uit te voeren.    

       

Sturende gemeenten maken het verschil

Gemeenten moeten zich een nieuwe positie verwerven tussen de landelijke rijksoverheid en de lokale participatiesamenleving, maar daarvoor is weinig ruimte. De rijksoverheid ‘duwt’ taken naar gemeenten met de decentralisaties, maar ‘trekt’ aan de touwtjes wat betreft de financiën. De participatiesamenleving ‘duwt’ gemeenten terug door maatschappelijk initiatief te ontplooien, maar de minder zelfredzame inwoner ‘trekt’ aan gemeenten voor sociale voorzieningen. Het is dé uitdaging voor gemeenten om tussen deze ‘duwende’ en ‘trekkende’ krachten de ruimte te pakken om te sturen.

Uiteindelijk gaat het om het verschil maken voor inwoners. Gemeenten krijgen sinds de decentralisaties meer aandacht voor de maatschappelijke vraag van de inwoner. Gekeken wordt naar wat deze inwoner nodig heeft en of de gemeente daarin moet voorzien of dat een andere oplossing mogelijk is. Er komt meer aandacht voor de gemeentelijke dienstverlening. Door uit te gaan van de vraag van de inwoner is het mogelijk om een gerichte oplossing te bieden.

Rol voor de adviesraden sociaal domein

Vanuit mijn gemeentelijke functies weet ik dat de adviesraden sociaal domein een belangrijke rol kunnen vervullen in het signaleren van wat niet goed gaat (terugkijkend), maar ook steeds meer in de doorontwikkeling van voorzieningen op het gebied van werk, zorg en jeugd (vooruitkijkend).
De gelegenheid om als gemeente binnen het sociaal domein te kunnen sturen is vooralsnog vrij beperkt. Echter in de daadwerkelijke invulling en vooral de uitvoering van het beleid bestaat wel ruimte om als gemeente eigen keuzes te maken.
Hoe worden inwoners bejegend? Wat voor dienstverlening krijgen zij? Op welke wijze bieden we hen voorzieningen aan? Dit zijn ook ruim 5 jaar na de decentralisaties belangrijke vragen waar colleges, gemeenteraden en zeker ook de adviesraden met elkaar over in gesprek kunnen.

In 2021 vinden de verkiezingen voor de Tweede Kamer plaats, in 2022 voor de gemeenteraden. Dat maakt 2021 ook een interessant jaar door als adviesraad te volgen waar straks een nieuw kabinet mee komt voor het sociaal domein én vooruit te kijken en te bespreken wat u van belang vindt om op te pakken. Zodra er een nieuwe wethouder is, heeft u de agenda voor het sociaal domein al gereed. Succes!



Dr. mr. N. (Nils) Nijdam
Projectleider onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer, voorheen o.a. beleids- & directieadviseur in het sociaal domein bij een grote gemeente. Deze bijdrage is op persoonlijke titel.

Heeft u vragen of opmerkingen of wilt u meer weten over mijn onderzoek, neem dan contact op.

Adviseren over waarop de gemeente kan sturen koepel-adviesraden-sociaal-domein

Inmiddels is mijn bijdrage op de website; Koepel Adviesraden Sociaal Domein, gepubliceerd.

Meer informatie

Educatie

Overzicht

Categorieën
error: Content is protected !!